ABRvS 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1375, 201702531/1/A1

Wanneer een besluit dat strekt tot opschorting van de beslistermijn (hierna: verdagingsbesluit) niet op de juiste wijze bekend is gemaakt, maar wel tijdig bekend is bij de aanvrager omdat het naar hem persoonlijk is toegezonden, heeft het besluit volgens de Afdeling desondanks werking. Dit betekent dat de beslistermijn wordt verlengd. In casu is er dan ook geen sprake van een vergunning van rechtswege. 

Wat was er aan de hand?

Appellant heeft op 14 oktober 2015 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van een tijdelijk bouwwerk bestaande uit een multifunctioneel watersportcentrum nabij It Soal te Workum. Appellant wordt bijgestaan door een gemachtigde. Op 21 december 2015 heeft het college een brief gestuurd aan appellant waarin stond dat de beslistermijn met zes weken wordt verlengd en dat de aanvraag wordt behandeld volgens de reguliere voorbereidingsprocedure. Het college heeft de aanvraag afgewezen op 9 februari 2016. Volgens appellant is vergunning van rechtswege tot stand gekomen omdat het verdagingsbesluit onjuist bekend is gemaakt.

Hoe zit het ook al weer met de vergunning van rechtswege?  

De vergunning van rechtswege wordt in het bestuursrecht ook wel de ‘lex silencio positivo’ genoemd. De grondslag voor de vergunning van rechtswege is gelegen in artikel 4.20b van de Awb. Dit artikel bepaalt dat indien niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, de gevraagde beschikking van rechtswege is gegeven. Deze regeling is alleen van toepassing wanneer dit bij wettelijk voorschrift is bepaald.

Een vergunning van rechtswege is in het omgevingsrecht alleen van toepassing bij omgevingsvergunningen voorbereid met de reguliere procedure (artikel 3.9, derde lid van de Wabo). Dit betekent dat wanneer in deze gevallen de beslistermijn van 8 weken overschreden wordt, een omgevingsvergunning van rechtswege wordt verleend. De beslistermijn kan eenmaal met 6 weken worden verlengd.[1]

Wat oordeelde de rechtbank?

Het college heeft niet binnen acht weken op de aanvraag beslist. Het verdagingsbesluit is niet op de juiste wijze bekend gemaakt omdat het besluit is gestuurd naar de wederpartij zelf en niet aan de gemachtigde. Hierdoor mist het besluit werking. Dat appellant op de hoogte was van het verdagingsbesluit doet volgens de rechtbank daaraan niet af. Datzelfde geldt volgens de rechtbank voor het feit dat het besluit is gepubliceerd in het gemeenteblad en de gemeentewebsite. De omgevingsvergunning is derhalve van rechtswege tot stand gekomen.

De Afdeling heeft echter een ander oordeel

De Afdeling geeft aan dat het besluit inderdaad ten onrechte niet naar de gemachtigde van appellant is gestuurd, zoals is vereist op grond van artikel 2.1, eerste lid jo. 6:17 Awb. Desalniettemin stelt de Afdeling vast dat, ondanks het feit dat het besluit niet op de juiste wijze aan appellant is bekendgemaakt, het besluit tijdig bij appellant bekend was. Het besluit is immers aan appellant persoonlijk toegezonden. De onjuiste bekendmaking doet er naar het oordeel van de Afdeling niet aan af dat het college tijdig het besluit tot verlenging van de beslistermijn heeft genomen en dat besluit tijdig bekend heeft gemaakt. Het bovenstaande betekent dat het college met het besluit van 21 december 2015 tijdig de beslistermijn heeft verlengd en dat het afwijzingsbesluit tijdig is genomen. De omgevingsvergunning is dus niet van rechtswege tot stand gekomen.

Waar de rechtbank wet strak hanteert, lijkt de Afdeling in steeds meer gevallen meer uit te gaan van een pragmatische aanpak. Deze uitspraak is daar een fraai voorbeeld van.

 

[1] Zie artikel 3.9, lid 2 van de Wabo.